05-05-16

besef

Eén fijne dag beleven verandert daags en dagen nadien al langer in een nachtmerrie maar afgelopen week was het wel heel erg.

Misschien omdat het nog meer was dan een 'fijne' dag? Wat voelde ik me immens goed die dag, gelukkig, blij, verwonderd ook om al dat fijne, warme, verwelkomende. Zo'n verschil met wat er rondom me gebeurt, hoe mensen in mijn omgeving met me omgaan, al veel te lang. Het contrast is te groot. Het doet me figuurlijk naar adem happen. Ik ben het niet de baas, hoe langer hoe minder. 

Ik wil aan al die spot, kilheid, negaties, verwijten, gesnauw, onverschilligheid ... ontsnappen maar het lukt me niet. Ook hoe langer hoe minder.

Nochtans voel ik na deze week nog scherper de noodzaak me ertegen te beschermen. Alleen weet ik niet hoe.

Ik ben weer dat verstomde wezen geworden, murw geslagen door al die nare behandelingen, alsof ik uit een boksring kom, volledig K.O. geslagen en nog schoppen achterna ontvang, voortdurend schoppen achterna.

Geen spaander laten ze heel, geen spaander. Alsof ze alle wrok ook die ze naar anderen koesteren mijn richting uitspugen. Wat een haat, wat een venijn vaak. En dan die koude minachting. De smaad. De liefdeloosheid. Hardheid. 

Vandaar mijn verwondering, bijna schokkend... toen mensen die dag aardig waren, zoveel mensen aardig waren, lieten merken dat ze me mochten. Een schok gaf het, ja, een enorme schok. 

Mijn omgeving geeft me voortdurend signalen dat ze me liever kwijt zijn dan rijk, dat ik louter van belang ben als tijdvulling, als hulpmiddel, ten dienste van ze. Bij het minste foutje, zelfs niet eens een foutje schermen ze me figuurlijk dood. Bang om nog iets te zeggen, doen, vragen.... want niets, helemaal niets lijkt nog hun goedkeuring te kunnen wegdragen. In alles bij iedere ontmoeting moeten voelen dat al wie je bent, hoe je bent, slechts aanleiding geeft tot haat, nijd, woede, kilheid of spot... .? 

Beangstigend ook die stille, meer heimelijke veroordelingen die er op een keer vol verachting uitkomen... en waar ik me door de tijdspanne er tussen niet eens meer kan tegen verdedigen.

Ik ben zo moe van dit leven. Van dit leven met diegene die me zo duidelijk en vaak laten voelen dat ik in hun ogen niet deug, niets goed kan doen in hun ogen... en toch blijven ze aan me trekken... alsof ze me nodig hebben als spuugpaal, als boksbal, ... . Of me net als die andere... willen breken.

De dingen die me recht hielden, ook die houden ze nu meer en meer van me weg. 

Ik kan niet meer. Ben bang van ze. De eisen die ze hebben, de dwingende houding van ze... .

Het lijkt zo op vroeger. Stilaan blijft er niets meer van je over. Stilaan ben je een emotioneel wrak, een levende dode. Geen waarde meer als mens, als mam, ... . Net als toen. Je had het niet door... hoe het je meer en meer vergiftigd heeft... langzaam maar zeker.

Het goede gevoel dat je meende gewonnen te hebben... er is niets meer van over.

En die ene...  wat die je zei... je was te moe om nog helder te kunnen denken. Je nam het allemaal aan... , slikte het... nam alles op je.

Toch is er ook iets dat lijkt te veranderen... in de goede zin... iets dat me blij zou maken... als ik niet zo bang zou zijn geworden... voor ze... voor hoe vlug ze me weer de kop afhakken... zonder dat ik nog maar te weten mag komen waarom. 

Het is ze gelukt? Om je te doen geloven dat àlles, letterlijk alles jouw en alleen jouw schuld is. 

En de angst om ook dat positieve toe te laten? Wetende hoe wreed ze je kunnen straffen... en hoe lang... zonder dat je ook maar één kans kreeg om je te verdedigen.

Het kan je niet meer schelen. Je bent moe.

Er is iets uit je verdwenen... dat er ondanks zovele problemen... altijd was. Het is weg. Sinds die dag... de zoveelste slachting.

©Myrthe 2016 

De commentaren zijn gesloten.